In 1954 geboren in
Langenboom, een dorpje in Noord Brabant, waar ik een gelukkige en onbezorgde
jeugd heb gehad. Op 16 jarige leeftijd ben ik naar de Schildersschool in Boxtel
gegaan, waar ik mijn interesse ontdekte voor kleuren en mijn passie voor tekenen
en schilderen. In mijn vrije tijd begon ik met het maken van schilderijen met
beelden die in me opkwamen.
Eerste expositie
In 1980 werd mij gevraagd om een
expositie in mijn geboorteplaats te houden. Er was veel belangstelling en ik
kreeg heel veel positieve reacties. Om mijn technische kennis te verbreden ben ik eerst naar
de Vrije Academie gegaan en daarna op grond van kunnen en motivatie toegelaten
op de Kunstacademie in Arnhem. Toch ben ik autodidact te noemen; na twee jaar
besloot ik namelijk om te stoppen met de opleiding omdat ik het gevoel had dat
men mij wilde abstraheren. Ik had al een heel eigen stijl van schilderen en wilde
daar ook bij blijven, geïnspireerd door o.a. Dali, Magritte en Willink.
Kleuren en diepte
De eerste jaren gebruikte ik als materiaal vooral inkt en gouache en
schilderde op panelen. Later ben ik overgestapt op het gebruik van olieverf op
doek. In het begin gebruikte ik de kleuren rechtstreeks uit de tube maar niet
altijd bereikte ik dan het resultaat wat ik voor ogen had. Daarom ben ik
overgegaan op het zelf mengen van de kleuren, uitgaande van de drie primaire
en zwart en wit. Door middel van het heldere kleurgebruik en spelen met perspectief, wil ik zoveel mogelijk diepte creëren in mijn schilderijen.
Als ik met een schilderij begin heb ik meestal ruwweg het beeld voor ogen
maar gaandeweg wordt er vaak nog wat aan toegevoegd of veranderd tot voor mij
het geheel compleet is. Veel terugkerende
symbolen in mijn werken zijn rozen (liefde), eieren (vruchtbaarheid), veertjes
(vrijheid) en bollen (levenscyclus).
Verhaal
Mijn schilderijen vertellen als het ware een verhaal. Alle beelden en plaatsen
die te zien zijn, zijn voor mij echt. Het zijn mijn
dromen, fantasieën en gevoelens, vaak onbewust, op doek gezet.
Ik houd ervan om
beelden te scheppen van plaatsen die niet bestaan, maar ergens toch een bepaalde
‘herkenning’ geven.
Soms wordt de betekenis
voor mij pas achteraf duidelijk. Geen zwaarbeladen scènes, geen
diepgaande boodschappen, maar vaak iets herkenbaars waar
de kijker door kan worden geraakt.