
Eugene de Kok
Salvador Dalí: honderd jaar kunst en
controverses
´Die twijfelachtige ideeën hoorden nu eenmaal bij hem´
Belangstelling is iets waar Salvador Dalí (1904-1989) nooit over te klagen heeft gehad. Met zijn kunst, uiterlijk en uitspraken verzekerde de Spaanse surrealist zich continu van een plek in de schijnwerpers. In 2004 wordt zijn honderdste geboortedag gevierd. Drie Nederlandse surrealisten over het Spaanse fenomeen.
‘Dalí had zo’n enorm hoog IQ. Dat grensde
gewoon aan waanzin’, zegt de in Mill woonachtige Jo Willems (met Dalí-snor in
het kwadraat). In zijn beginjaren als kunstschilder had de Brabantse surrealist,
die vorig jaar exposeerde op de Biënnale in Florence, nog nooit van Dalí
gehoord. ‘In 1980 had ik mijn eerste expositie. Iemand kwam toen naar mij toe en
zei dat mijn werk veel weg had van dat van Dalí. Ik had nog nooit van de man
gehoord. Ik moest twee keer vragen hoe je zijn naam schreef. Daarna heb ik een
hele rits boeken over hem gelezen en nu weet ik veel meer over hem. Dalí heeft
zijn goede, maar ook zijn slechte periodes gehad.’ Willems refereert aan de soms
dubieuze denkbeelden van de kunstenaar en de fascinatie die hij had voor Franco
en het nazi-regime van Hitler. ‘Die twijfelachtige ideeën hoorden nu eenmaal bij
hem’, volgens Willem den Broeder, kunstenaar in Schiedam die samenwerkt met
surrealisten uit heel de wereld. ‘Hij was te impulsief en rende soms achter de
verkeerde mensen aan. Ook riep hij wel eens iets waar hij dan later berouw voor
moest tonen, zoals over Franco.
Dalí was dol op geld verdienen. Hoe maakte niet
uit. Zo signeerde hij lege vellen papier. Elke handtekening leverde dollars op.
Mede daarom zijn er nu zoveel valse Dalí's in omloop. Maar, zijn werken waren
subliem. Vooral de werken uit de jaren dertig van de vorige eeuw.’ De Schiedamse
kunstenaar, die in mei exposeert in Wenen, zegt onbewust beïnvloed te zijn door
Dalí. ‘Iets naschilderen doe ik niet. Als ik ga schilderen, dan komt het zonder
enig plan. Zoals het hoort bij het surrealisme. Dat de werken af en toe een
Dalí-achtige sfeer hebben, is iets waar ik alleen maar blij van word.’
‘Hoewel ik in mijn kunst aardig van hem ben afgedreven, vind ik het nog steeds
boeiend om een schilderij van hem te bekijken en te zien hoe hij tot een
resultaat is gekomen’ zegt Peter van Oostzanen, van origine surrealist en een
regelmatig bezoeker van het Dalí-museum in Figueres. ‘Wat me vooral
aanspreekt is de manier waarop hij alles uit de context haalt, hoe hij
bijvoorbeeld horloges laat smelten. Dalí combineert dat met een goede
schildertechniek. Het schilderij ‘De verzoeking van de Heilige Antonius’ heeft
een enorme indruk op mij gemaakt. Ik kreeg het idee dat hetgeen dat ik wilde
maken in die richting zou liggen.’ De kwaliteit van Dalí als kunstenaar, maakt
Van Oostzanen mild over Dalí als persoon. ‘Zijn sympathieën voor de ideeën van
de nazi’s? Goed is het niet, maar ik vind dat die niet in verhouding staan tot
zijn prestaties in de kunst.’
Jo Willems heeft die prestaties ook hoog zitten.
‘De extra aandacht in 2004 is alleen maar goed. Dalí mag op het gebied van het
surrealisme absoluut nooit in de vergetelheid raken.’ Willems schilderde in 1989
een portret van Dalí. ‘Kort na zijn dood ben ik in Figueres (Dalí’s woonplaats)
geweest. Dat was ongelofelijk indrukwekkend. Ik heb toen een portret van hem
geschilderd, afgeleid van een foto.’ Ook Den Broeder maakte een aantal doeken
over de Spanjaard. ‘Het schilderij ‘Brain Chain’ heb ik in opdracht gemaakt. De
klant wilde een Dalí-achtig schilderij hebben. Het werk ‘Vliegen in Figueres’ is
door toeval ontstaan. Het is een fotocollage. Nadat ik in Figueres was geweest
zag ik, tijdens het sorteren van foto's, dat een afbeelding van een
plafondschildering van Dalí bewogen was. Hier heb ik een eerdere foto opgeplakt
en wat geschilderd. Het is eigenlijk ontstaan zonder bijbedoelingen.’
De tentoonstellingen, activiteiten, het publiciteitsoffensief. Het Dalí-jaar zal
niet ongemerkt voorbijgaan. De Nederlandse kunstenaars vragen zich af of al die
extra aandacht ook tot meer belangstelling voor hun surrealistische werken zal
leiden. Willems: ‘Ik weet het eerlijk gezegd niet, maar ik heb toch niet te
klagen. Sinds ik in Florence heb geëxposeerd, merk ik een groeiende
belangstelling voor mijn werk. Wie weet?´ Van Oostzanen hoopt niet al te veel en
baseert zich op eerdere ervaringen. ‘In het verleden heeft dit soort, extra
aandacht voor één kunstenaar nooit tot meer aandacht voor de stroming in zijn
geheel geleid. Misschien gaat het nu anders.´ Den Broeder heeft voorlopig nog
niets gemerkt van extra belangstelling. ´Ik moet eerlijk zijn. Ik heb er nog
niet bij stil gestaan dat dit het Dalí-jaar is. Extra aandacht zou mooi zijn,
maar ik weet niet of het zo werkt. Het is in ieder geval wel zo dat het
surrealisme meer in de schijnwerpers komt. Belangstelling kun je niet dwingen,
veel hangt af van het toeval.´